FAQ’s

Hoe verloopt de opname?

DE CONDITIONERING
Ongeveer een week vóór de toediening van de stamcellen word je opgenomen voor een behandeling met chemotherapie en/of bestraling.  Als gevolg hiervan kan je soms nog dezelfde dag en/of de dagen nadien nevenwerkingen ondervinden zoals misselijkheid en braken, verminderde eetlust, ontsteking van de mond, vermoeidheid en op termijn ook haarverlies. De aard van deze nevenwerkingen verschilt van persoon tot persoon, maar hangt ook af van de conditionering die je krijgt.

DE DIP 
De hoge dosis chemotherapie en/of de bestraling hebben een vernietigend effect op het beenmerg. In de dagen na de chemotherapie zullen de rode bloedcellen, bloedplaatjes en witte bloedcellen dan ook geleidelijk sterk dalen. Deze periode wordt ook wel ‘de dip’ genoemd. Je kan waarschijnlijk transfusies van rode bloedcellen en bloedplaatjes krijgen. Door de daling van de witte bloedcellen bent je erg kwetsbaar voor infecties en kunt je koorts maken. Zodra de waarden van de neutrofielen onder een bepaald niveau gezakt zijn, worden er extra beschermende maatregelen genomen. Zo mag je bijvoorbeeld de kamer niet meer verlaten. Vanaf het moment van de transplantatie wordt er bijkomend een beschermende isolatie gestart, waarbij bijvoorbeeld extra aandacht wordt gegeven aan de kledij van de bezoekers en de medewerkers van het ziekenhuis.  Naast chemotherapie krijgt je nog andere medicatie die de afweer onderdrukt en die helpt voorkomen dat er straks, wanneer je de donorstamcellen toegediend krijgt, ernstige afstoting optreedt.

DE TRANSPLANTATIE 
Op de dag van de transplantatie worden de donorcellen via een snellopend infuus toegediend via een katheter.  Deze procedure duurt ongeveer 30 tot 60 minuten.

DE HERSTELPERIODE
De toediening van de donorstamcellen betekent zeker niet dat je dadelijk van de nevenwerkingen van de therapie bent verlost. Je kan je tijdens de herstelperiode nog enige tijd misselijk voelen en de eetlust zal verminderd zijn.  Slijmvliezen kunnen nog ontstoken zijn, je zal je zwak en vermoeid voelen. Ook het bloedbeeld blijft nog enkele dagen tot weken verstoord; de stamcellen hebben immers tijd nodig om zich in het beenmerg te nestelen en te groeien. Je blijft dus extra vatbaar voor infecties.  Je mag pas terug naar huis als het bloedbeeld voldoende is hersteld, als je terug voldoende kan eten en als je voldoende bent hersteld van de complicaties. Meestal is dit ongeveer drie tot vier weken na de stamceltransplantatie.

Welke complicaties kan je oplopen?

COMPLICATIES OP KORTE TERMIJN
Infecties Door de chemotherapie en/of radiotherapie worden de bloedcellen die instaan voor het afweersysteem vernietigd. Je krijgt ook nog medicatie om de afweer te onderdrukken en afstoting te voorkomen. Hierdoor ben je tijdens en minstens zes maanden na de stamtransplantatie erg infectiegevoelig.

Verhoogde bloedingsneiging Door de chemotherapie en/of bestraling zullen de bloedplaatjes tijdelijk dalen, waardoor er tijdelijk een verhoogde bloedingsneiging ontstaat.

Niet-aanslaan van de stamcellen Om te voorkomen dat de donorstamcellen niet aanslaan, wordt de eigen afweer met medicatie onderdrukt. Het gebeurt zelden dat de donorcellen niet worden aanvaard. Indien het toch gebeurt, kan deze complicatie levensbedreigend zijn.

Afstoting Ook het omgekeerde kan zich voordoen: de donorstamcellen kunnen hun gastheer afstoten. De stamcellen van de donor herkennen het lichaam als vreemd en kunnen het daarom aanvallen. De kans dat dit gebeurt wordt groter naarmate de match tussen donor en jezelf kleiner is. Maar zelfs bij een prima match bestaat altijd het gevaar op afstoting.
Er bestaat een acute en een chronische vorm van afstoting. De acute vorm kan optreden vanaf tien dagen na de transplantatie, tot drie maanden nadien. Deze vorm is vaak tijdelijk. De ernst van de klachten varieert. Sommige patiënten krijgen enkel een hinderlijke maar onschuldige huidreactie met roodheid en jeuk aan handpalmen, voetzolen of achter de oren. Soms is de huid over het hele lichaam rood verkleurd. Andere mogelijke klachten zijn misselijkheid en diarree. In ernstigere gevallen gaat de afstoting gepaard met long- en/of leverbeschadiging. Je krijgt tot minstens zes maanden na de transplantatie geneesmiddelen om het risico op omgekeerde afstoting te verminderen. Na een tijd kan de medicatie worden afgebouwd: het donorweefsel lijkt gewend te raken aan zijn gastheer en het risico op afstoting neemt af.

VOD Dit staat voor veno-occlusive disease van de lever. Het is een eerder zeldzame complicatie waarbij de kleine bloedvaten in de lever beschadigd worden en de lever steeds slechter gaat functioneren.

COMPLICATIES OP LANGERE TERMIJN
Chronische afstoting De chronische vorm van afstoting ontstaat meestal pas drie maanden of later na de transplantatie en kan verschillende jaren duren of zelfs blijvend zijn. Je kan last krijgen van droge ogen, een droge mond, spierkrampen, enzovoort. De meest voorkomende symptomen zijn huidveranderingen, maar ook andere organen kunnen aangetast worden.

Vermoeidheid Vermoeidheid is een vaak voorkomende nevenwerking van de behandeling. De afloop van de behandeling en de thuiskomst betekenen niet het einde van die vermoeidheid. Veel patiënten voelen zich nog maanden of zelfs jaren na hun stamceltransplantatie in meer of mindere mate vermoeid. Sommige patiënten zijn sneller in staat hun oude activiteiten op te nemen dan andere.

Verhoogd risico op (een nieuwe) kanker De stamceltransplantatie is een intensieve behandeling met vaak zware chemotherapie en/of radiotherapie. De behandeling is nodig voor de ziekte maar inmiddels is ook geweten dat zulke intensieve behandelingen een verhoogd risico inhouden om op langere termijn (een nieuwe) kanker te krijgen.

Onvruchtbaarheid De voorbereidende behandeling met chemotherapie en/of bestraling kan (tijdelijke of blijvende) onvruchtbaarheid veroorzaken. De behandeling kan de eierstokken beschadigen. Vrouwen kunnen door de behandeling vervroegd in de menopauze geraken.

Kunnen we een bezoek brengen in het ziekenhuis?

Gedurende een maand zal ik in quarantaine liggen (op afdeling E467, gasthuisberg Leuven). Iedereen die de kamer wil binnenkomen zal voorzorgsmaatregelen moeten nemen (aangepaste kledij, mondkapje, handen ontsmetten…). Gelukkig is er aan de andere kant van de kamer een gang voorzien met glazen wand waar bezoekers kunnen passeren. Er is daar mogelijkheid om via een telefoon te communiceren. Uiteraard zal de behandeling vermoeiend zijn en moet het bezoek beperkt worden tot de vastgelegde bezoekuren.

Bezoekuren

  • Van 11 tot 20 uur
  • Maximaal 3 bezoekers tegelijk om infectiegevaar te beperken.
  • Geen bezoekers met een verkoudheid of een infectie.
  • Breng geen planten en bloemen mee. Deze dragen veel bacteriën en schimmels met zich mee.Meer informatie kan je op de website van UZLeuven terugvinden.

 

Kan je, terug thuis, bezoek ontvangen?

Het kan verschillende maanden duren voor de bloedcellen normale waarden bereiken. Tot die tijd blijf je vatbaar voor infecties en bloedingen. Dat risico daalt naarmate het immuunsysteem herstelt. Na de stamceltransplantatie moet je nog enige tijd medicatie innemen om infecties te voorkomen. De kans op infecties is het grootst drie tot zes maanden na de stamceltransplantatie.

De volgende richtlijnen worden gegeven wat betreft sociaal contact
✗ Was tussen contacten met andere mensen en activiteiten regelmatig uw handen, en vraag ook uw huisgenoten om dit te doen.
✗ Vermijd plaatsen met veel mensen zoals warenhuizen, bioscopen, het openbaar vervoer, bijeenkomsten, restaurants.
✗ Vermijd contact met mensen die een verkoudheid, een keelontsteking of andere infecties hebben.
✗ Er is geen bezwaar om te knuffelen, te kussen of te vrijen. Gedurende twee jaar na een stamceltransplantatie is het echter wel wenselijk om een zwangerschap te voorkomen en voorbehoedsmiddelen te gebruiken
✗ Wanneer uw partner of uw naaste familielid ziek is, slaapt u best even apart en laat u uw voeding niet bereiden door hem of haar. Zelf een masker dragen heeft weinig nut. Uw partner of uw naaste familielid kan wel een masker dragen om kiemen niet over te brengen bij het hoesten, niezen of praten. Besteed extra aandacht aan handhygiëne en algemene hygiënische maatregelen bij het bereiden van voeding.

Advertenties